Dameshockey stond in 1980 voor het eerst op het programma van de Olympische Spelen.
Heren
Er zouden 12 teams deelnemen aan het toernooi, echter door de westerse boycot waren er slechts 6 teams vertegenwoordigd. De 6 teams speelden een halve competitie, waarna de nummers 1 en 2 speelden voor goud, nummers 3 en 4 voor brons, en de nummers 5 en 6 om de 5e plaats. De 12 teams die zouden deelnemen waren in groep A: Argentinië, Groot-Brittannië, India, Kenia, Nederland en Pakistan en in groep B: Australië, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Sovjet-Unie, Spanje en West-Duitsland.[1]
Juan Amat, Juan Arbós, Jaime Arbós, Javier Cabot, Ricardo Cabot, Miguel Chaves, Juan Coghen, Miguel de Paz, Francisco Fábregas, José Garcia, Rafael Garralda, Santiago Malgosa, Paulino Monsalve, Juan Pellón, Carlos Roca, Jaime Zumalacárregui
Vladimir Plesjakov, Vjatsjeslav Lampejev, Leonid Pavlovski, Sos Airapetjan, Farit Zigangirov, Valeri Beljakov, Sergej Klevtsov, Oleg Zagorodnev, Aleksandr Goessev, Sergej Plesjakov, Mikhail Nitsjepoerenko, Minneula Azizov, Aleksandr Sytsjev, Aleksandr Mjasnikov, Viktor Depoetatov, Aleksandr Gontsjarov
Zygfryd Józefiak, Krzysztof Głodowski, Andrzej Mikina, Krystian Bąk, Włodzimierz Stanisławski, Leszek Hensler, Jan Sitek, Jerzy Wybieralski, Leszek Tórz, Zbigniew Rachwalski, Henryk Horwat, Leszek Andrzejczak, Andrzej Myśliwiec, Adam Dolatowski, Jan Mileniczak, Mariusz Kubiak
Leopold Gracias, Benedict Mendes, Soter da Silva, Abraham Sykes, Yusuf Manwar, Jaypal Singh, Mohamed Manji, Rajabu Rajab, Jasbir Virdee, Islam Islam, Stephen d'Silva, Frederick Furtado, Taherali Hassanali, Anoop Mukundan, Patrick Toto, Julias Peter
Dames
Er namen 6 teams deel aan het toernooi, deze teams speelden een halve competitie. De Sovjet-Unie was als gastland direct geplaatst.
Op basis van de resultaten op onder meer het FIH-wereldkampioenschap van 1978 en het IFWHA-wereldkampioenschap van 1979 heeft begin 1980 het Supreme Council FIH-IFWHA de vijf andere deelnemende landen geselecteerd. Dit waren Nederland (winnaar van beide toernooien), West-Duitsland (finalist van beide toernooien), de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië.[2][1]
Deze vijf landen zouden uiteindelijk vanwege de boycot niet spelen. Zimbabwe, dat zes weken voor de start was uitgenodigd om deel te nemen, werd olympisch kampioen.[3]