U 2 (Kriegsmarine)

Vlag
Vlag
U 2
Vlag
Vlag
U 2 in 1935 te Kiel
U 2 in 1935 te Kiel
Overzicht
Naamsein U 2
Geschiedenis
Kiellegging 11 februari 1935[1]
Tewaterlating 1 juli 1935[1]
In dienst gesteld 25 juli 1935[1]
Uit dienst gesteld 9 april 1944[1]
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 254 ton boven water[2]
303 ton onder water[2]
381 ton (maximaal[2])
Afmetingen 40,9 x 4,1 x 3,8 meter[2]
Bemanning 22 - 24 koppen[2]
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 700 pk dieselmotor[2]
360 pk elektromotor[2]
Snelheid 13 knopen (boven water)[2]
6,9 knopen (onder water)[2]
Bewapening 3 torpedobuizen[2]
met 5 torpedo's of 12 zeemijnen[2]
Portaal  Portaalicoon   Marine

De U 2 was een Duitse U-boot van het Type IIA.[2] De tewaterlating gebeurde op 11 februari 1935 bij de Deutsche Werke te Kiel. De boot werd op 25 juli 1935 onder Oberleutnant-zur-See Hermann Michahelles in dienst genomen en zonk op 8 april 1944 na een aanvaring.[1]

De U 2 tijdens de Tweede Wereldoorlog

De U 2 was voornamelijk als opleidingsboot in gebruik, en voer tijdens de Tweede Wereldoorlog slechts een onderscheppingsmissie en twee operaties in een zogeheten Rudel. Tijdens deze twee oorlogspatrouilles was de U 2 niet succesvol.[1] In april 1940 nam de U 2 als onderdeel van de 8. Unterseebootsflottille deel aan de invasie van Noorwegen, Operatie Weserübung. Ander onderzeeboten die ingedeeld waren bij dit flottielje waren de: U 3, U 5 en U 6.[3]

Tot 8 april 1944 waren er onder de bemanningen van de U 2 nimmer slachtoffers gevallen. Op die dag kwam de U 2 in de Oostzee ten westen van Pillau (het huidige Baltijsk) in aanvaring met de Duitse stoomtrawler Helmi Söhle. De U 2 zonk op 54° 48′ 0″ NB, 19° 55′ 0″ OL, iets ten westen van het Wislahaf. Van de bemanningsleden kwamen er zeventien om het leven en werden er achttien gered. De volgende dag werd de U 2 opgetakeld, de lichamen van de zeventien overleden zeelieden werden geborgen en de U 2 werd uit dienst genomen en verschroot.[1]

Commandanten

  • 25-07-1935 - 30-09-1936 Oblt. Hermann Michahelles[1]
  • 01-10-1936 - 31-01-1938 Kptlt. Heinrich Liebe[1]
  • 31-01-1938 - 16-03-1939 Oblt. Herbert Schultze[1]
  • 17-03-1939 - 05-07-1940 Kptlt. Helmut Rosenbaum[1]
  • 07-07-1940 - 05-08-1940 Oblt. Hans Heidtmann[1]
  • 06-08-1940 - ??-10-1941 Georg von Wilamowitz-Moellendorf[1]
  • ??-10-1941 - 15-05-1942 Karl Kölzer[1]
  • 16-05-1942 - 19-11-1942 Oblt. Werner Schwaff[1]
  • 20-11-1942 - 12-12-1943 Oblt. Helmut Herglotz[1]
  • 13-12-1943 - 08-04-1944 Oblt. Wolfgang Schwarzkopf[1]