| Artikel 98 van de Belgische Grondwet
|
|
| Artikel
|
| Voor coördinatie
|
Art. 87 GW
|
| Na coördinatie
|
Art. 98 GW
|
| Titel
|
III. De Machten
|
| Hoofdstuk
|
III De Koning en de Federale Regering
|
| Status
|
Geldend
|
| Invoering
|
| Datum
|
7 februari 1831
|
| Ingevoerd door
|
Nationaal Congres
|
Portaal
|
Mens & maatschappij
|
|
Artikel 98 van de Belgische grondwet is het grondwetsartikel dat de leden van de Belgische koninklijke familie uitsluit om minister of staatssecretaris te worden binnen de Belgische federale regering.
Tekst
Geen lid van de koninklijke familie kan minister zijn.
— Artikel 98 van de Belgische Grondwet.
Het artikel werd onder artikel 87 opgenomen in de grondwet die werd aangenomen op 7 februari 1831. De officiële tekst was: "Aucun membre de la famille royale ne peut être ministre."[1] En werd sindsdien niet meer gewijzigd. Het artikel heeft als doel om de constitutionele monarchie en de parlementaire democratie te bevestigen.
Samen met artikel 97 en artikel 99 die de nationaliteitsvoorwaarde oplegt, het maximale aantal ministers en de taalpariteit vastlegt zijn dit de voorwaarden waaraan een federale regering dient te voldoen volgens de grondwet. Door de verwijzing van artikel 104 naar deze voorwaarde geldt dit ook voor staatssecretarissen.
Na de coördinatie van de grondwet in 1994 kreeg dit artikel nummer 98 toegewezen.[2]
Referenties
Bronnen, noten en/of referenties
- J. Vandelanotte, S. Bracke & G. Goedertier, België voor Beginners, Brugge, Die Keure, 1998
Decreten met grondwettelijke waarde: Decreet Belgische Onafhankelijkheidsverklaring · Decreet eeuwige uitsluiting Oranje-Nassau
| Titel I: Het federale België, zijn samenstelling en zijn grondgebied: | 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 |
| Titel Ibis: Algemene beleidsdoelstellingen van het federale België, de gemeenschappen en de gewesten: | 7bis |
| Titel II: De Belgen en hun rechten: | 8 · 9 · 10 · 11 · 11bis · 12 · 13 · 14 · 14bis · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 22bis · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 |
| Titel III: De Machten: | 33 · 34 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40 · 41 Hoofdstuk I. De federale Kamers: 42 · 43 · 44 · 45 · 46 · 47 · 48 · 49 · 50 · 51 · 52 · 53 · 50 · 55 · 50 · 57 · 58 · 59 · 60 Afdeling I. De Kamer van Volksvertegenwoordigers: 61 · 62 · 63 · 64 · 65 · 66 Afdeling II. De Senaat: 66 · 67 · 68 · 69 · 70 · 71 · 72 (afgeschaft) · 73 Hoofdstuk II. De federale wetgevende macht:74 · 75 · 76 · 77 · 78 · 79 (afgeschaft) · 80 (afgeschaft) · 81 (afgeschaft) · 82 · 83 · 84 Hoofdstuk III. De Koning en de federale Regering: Afdeling I. De Koning: 85 · 86 · 87 · 88 · 89 · 90 · 91 · 92 · 93 · 94 · 95 Afdeling II. De federale Regering: 96 · 97 · · 99 · 100 · 101 · 102 · 103 · 104 Afdeling III. De bevoegdheden: 105 · 106 · 107 · 108 · 109 · 110 · 111 · 112 · 113 · 114 Hoofdstuk IV. De gemeenschappen en de gewesten: Afdeling I. De organen: Onderafdeling I. Gemeenschaps- en Gewestparlementen: 115 · 116 · 117 · 118 · 118bis · 119 · 120 Onderafdeling II. De Gemeenschaps- en Gewestregeringen: 121 · 122 · 123 · 124 · 125 · 126 Afdeling II. De bevoegdheden: Onderafdeling I. De Gemeenschapsbevoegdheden: 127 · 128 · 129 · 130 · 131 · 132 · 133 Onderafdeling II. De Gewestbevoegdheden: 134 Onderafdeling III. Bijzondere bepalingen: 135 · 135bis · 136 · 137 · 138 · 139 · 140 Hoofdstuk V. Het Grondwettelijk Hof, de voorkoming en de regeling van conflicten: Afdeling I. De voorkoming van de bevoegdheidsconflicten: 141 Afdeling II. Het Grondwettelijk Hof: 142 Afdeling III. De voorkoming en de regeling van de belangenconflicten: 143 Hoofdstuk VI. De rechterlijke macht: 144 · 145 · 146 · 147 · 148 · 149 · 150 · 151 · 152 · 153 · 154 · 155 · 156 · 157 · 157bis · 158 · 159 Hoofdstuk VII. De Raad van State en de administratieve rechtscolleges: 160 · 161 Hoofdstuk VIII. De provinciale en gemeentelijke instellingen: 162 · 163 · 164 · 165 · 166 |
| Titel IV: De buitenlandse betrekkingen: | 167 · 168 · 168bis · 169 |
| Titel V: De financiën: | 170 · 171 · 172 · 173 · 174 · 175 · 176 · 177 · 178 · 179 · 180 · 181 |
| Titel VI: De gewapende macht: | 182 · 183 · 184 · 185 · 186 |
| Titel VII: Algemene bepalingen: | 187 · 188 · 189 · 190 · 191 · 192 · 193 · 194 |
| Titel VIII: De herziening van de Grondwet: | 195 · 196 · 197 · 198 |
| Titel IX: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen: | I · II · III · IV · V · VI |
Grondwettelijke principes: constitutionele monarchie · parlementaire democratie · ministeriële verantwoordelijkheid · scheiding der machten
Grondwetsherzieningen en staatshervormingen: 1831: Afkondiging van de Grondwet · 1893: Algemeen meervoudig stemrecht voor mannen · 1921 : Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen mannen · 1948 : Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen en vrouwen · 1970: eerste staatshervorming · 1980: tweede staatshervorming · 1988-1989: derde staatshervorming · 1993: vierde staatshervorming · 1994: Coördinatie · 2001: vijfde staatshervorming · 2011-2012: zesde staatshervorming