| Artikel 112 van de Belgische Grondwet
|
|
| Artikel
|
| Voor coördinatie
|
Art. 74 GW
|
| Na coördinatie
|
Art. 112 GW
|
| Titel
|
III. De Machten
|
| Hoofdstuk
|
III De Koning en de Federale Regering
|
| Status
|
Geldend
|
| Invoering
|
| Datum
|
7 februari 1831
|
| Ingevoerd door
|
Nationaal Congres
|
| Herzieningen
|
| Datum
|
5 mei 1993
|
Portaal
|
Mens & maatschappij
|
|
Artikel 112 van de Belgische grondwet is het grondwetsartikel dat aan de koning het recht toekend om (Belgische) munt te slaan. Dit dient te gebeuren binnen de uitvoering van een wet. In praktijk komt het er op neer dat de beeltenis van de koning op de achterzijde van de munt wordt gedrukt.
Tekst
De Koning heeft het recht munt te slaan, ter uitvoering van de wet.
— Artikel 112 van de Belgische Grondwet.
Het toekennen van dit recht werd reeds geregeld met artikel 74 in de grondwet die werd aangenomen op 7 februari 1831.[1] Na de coördinatie van de grondwet in 1994 kreeg deze bepaling nummer 112 toegewezen.[2] Dit recht kan gezien worden als een regaal voorrecht dat verleend wordt aan de koning.
Voor de invoering van de euro stond de koning afgebeeld op de munten van de Belgische frank. Koning Filip is de eerste koning waarvan er geen muntstukken in Belgische frank werden geslagen. De eerste euromunten met de beeltenis van Koning Filip werden op 4 februari 2014 geslagen in de Koninklijke Munt in aanwezigheid van de koning.[3] De munten met de beeltenis van koning Filip zijn de derde serie Belgische munten die werden uitgegeven in de eurozone. Deze drie series zijn tot op heden een wettig betaalmiddel.[4]
Bronnen, noten en/of referenties
Decreten met grondwettelijke waarde: Decreet Belgische Onafhankelijkheidsverklaring · Decreet eeuwige uitsluiting Oranje-Nassau
| Titel I: Het federale België, zijn samenstelling en zijn grondgebied: | 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 |
| Titel Ibis: Algemene beleidsdoelstellingen van het federale België, de gemeenschappen en de gewesten: | 7bis |
| Titel II: De Belgen en hun rechten: | 8 · 9 · 10 · 11 · 11bis · 12 · 13 · 14 · 14bis · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 22bis · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28 · 29 · 30 · 31 · 32 |
| Titel III: De Machten: | 33 · 34 · 34 · 35 · 36 · 37 · 38 · 39 · 40 · 41 Hoofdstuk I. De federale Kamers: 42 · 43 · 44 · 45 · 46 · 47 · 48 · 49 · 50 · 51 · 52 · 53 · 50 · 55 · 50 · 57 · 58 · 59 · 60 Afdeling I. De Kamer van Volksvertegenwoordigers: 61 · 62 · 63 · 64 · 65 · 66 Afdeling II. De Senaat: 66 · 67 · 68 · 69 · 70 · 71 · 72 (afgeschaft) · 73 Hoofdstuk II. De federale wetgevende macht:74 · 75 · 76 · 77 · 78 · 79 (afgeschaft) · 80 (afgeschaft) · 81 (afgeschaft) · 82 · 83 · 84 Hoofdstuk III. De Koning en de federale Regering: Afdeling I. De Koning: 85 · 86 · 87 · 88 · 89 · 90 · 91 · 92 · 93 · 94 · 95 Afdeling II. De federale Regering: 96 · 97 · 98 · 99 · 100 · 101 · 102 · 103 · 104 Afdeling III. De bevoegdheden: 105 · 106 · 107 · 108 · 109 · 110 · 111 · · 113 · 114 Hoofdstuk IV. De gemeenschappen en de gewesten: Afdeling I. De organen: Onderafdeling I. Gemeenschaps- en Gewestparlementen: 115 · 116 · 117 · 118 · 118bis · 119 · 120 Onderafdeling II. De Gemeenschaps- en Gewestregeringen: 121 · 122 · 123 · 124 · 125 · 126 Afdeling II. De bevoegdheden: Onderafdeling I. De Gemeenschapsbevoegdheden: 127 · 128 · 129 · 130 · 131 · 132 · 133 Onderafdeling II. De Gewestbevoegdheden: 134 Onderafdeling III. Bijzondere bepalingen: 135 · 135bis · 136 · 137 · 138 · 139 · 140 Hoofdstuk V. Het Grondwettelijk Hof, de voorkoming en de regeling van conflicten: Afdeling I. De voorkoming van de bevoegdheidsconflicten: 141 Afdeling II. Het Grondwettelijk Hof: 142 Afdeling III. De voorkoming en de regeling van de belangenconflicten: 143 Hoofdstuk VI. De rechterlijke macht: 144 · 145 · 146 · 147 · 148 · 149 · 150 · 151 · 152 · 153 · 154 · 155 · 156 · 157 · 157bis · 158 · 159 Hoofdstuk VII. De Raad van State en de administratieve rechtscolleges: 160 · 161 Hoofdstuk VIII. De provinciale en gemeentelijke instellingen: 162 · 163 · 164 · 165 · 166 |
| Titel IV: De buitenlandse betrekkingen: | 167 · 168 · 168bis · 169 |
| Titel V: De financiën: | 170 · 171 · 172 · 173 · 174 · 175 · 176 · 177 · 178 · 179 · 180 · 181 |
| Titel VI: De gewapende macht: | 182 · 183 · 184 · 185 · 186 |
| Titel VII: Algemene bepalingen: | 187 · 188 · 189 · 190 · 191 · 192 · 193 · 194 |
| Titel VIII: De herziening van de Grondwet: | 195 · 196 · 197 · 198 |
| Titel IX: Inwerkingtreding en overgangsbepalingen: | I · II · III · IV · V · VI |
Grondwettelijke principes: constitutionele monarchie · parlementaire democratie · ministeriële verantwoordelijkheid · scheiding der machten
Grondwetsherzieningen en staatshervormingen: 1831: Afkondiging van de Grondwet · 1893: Algemeen meervoudig stemrecht voor mannen · 1921 : Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen mannen · 1948 : Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen en vrouwen · 1970: eerste staatshervorming · 1980: tweede staatshervorming · 1988-1989: derde staatshervorming · 1993: vierde staatshervorming · 1994: Coördinatie · 2001: vijfde staatshervorming · 2011-2012: zesde staatshervorming